a a a
Leerdoelen - Nibud voor Scholieren
In samenwerking met

Leerdoelen

  • Doelstelling van het Nibud is ervoor te zorgen dat jongeren later zelfstandig kunnen leven en wonen, waarbij zij op korte en lange termijn hun betalingsverplichtingen nakomen, de huishoudfinanciën in balans houden en beschikken over een positief eigen vermogen zonder problematische schulden.

Leerdoelen

Financiële opvoedingHiervoor heeft het Nibud voor verschillende leeftijdscategorieën leerdoelen opgesteld. De leerdoelen en competenties voor oudere leeftijden zijn een uitbreiding en/of een verdieping van de leerdoelen die voor de jongere leeftijden gelden.

Deze leerdoelen zijn verwerkt in Nibud.nl/scholieren. In onderstaand schema staan bij alle thema's van de website de bijbehorende leerdoelen.

Leerdoelen

12 t/m 14 jaar

Jouw geldzaken

Administratie op orde brengen

  • De kinderen kunnen belangrijke documenten (op papier of digitaal), bijvoorbeeld contracten, garantiebewijzen, betalingsoverzichten, salarisspecificaties, op een overzichtelijke manier opbergen en direct terugvinden.
  • De kinderen kunnen de inloggegevens (van websites en inlogpagina's) op een veilige manier bewaren.
  • De kinderen kunnen bonnetjes bewaren, voor de garantie of voor het ruilen van een product.

Transacties uitvoeren

  • De kinderen kunnen hun betalingen op tijd doen.
  • De kinderen kunnen bij het pinnen rekening houden met de mogelijke gevaren hierbij.
  • De kinderen kunnen (pin-)codes, inloggegevens en wachtwoorden voor henzelf houden.
  • De kinderen weten waar ze op moeten letten om te zien of een website en/of e-mail veilig en betrouwbaar is.
  • De kinderen zijn op de hoogte van mogelijke gevaren bij betalen, zoals phishing, geldezels, skimming.
  • De kinderen weten wat internetbankieren is.

Je inkomsten

Zelf geld verdienen

  • De kinderen kunnen belasting terugvragen als ze werken.  

Rechten en plichten als consument en werknemer kennen

  • De kinderen weten dat zij en de werkgever zich moeten houden aan bepaalde regels als ze werken.
  • De kinderen weten dat er een minimumjeugdloon bestaat. 
  • De kinderen weten wat wit en wat zwart werk is.
  • De kinderen weten wat belasting is en waarom je dat betaalt.

Je uitgaven

Overzicht houden over inkomsten en uitgaven

  • De kinderen kunnen hun uitgaven controleren.
  • De kinderen kunnen vaststellen hoeveel en waaraan ze elke maand geld uitgeven.

Keuzes maken

  • De kinderen begrijpen de (positieve en negatieve) consequenties van hun bestedingsbeslissingen.
  • De kinderen weten wat het verschil is tussen uitgaven die moeten en uitgaven die mogen.
  • De kinderen weten om welke uitgaven ze niet heen kunnen. 
  • De kinderen kunnen bekijken of een aankoop binnen het budget past voordat ze de aankoop doen.
  • De kinderen begrijpen dat de sociale omgeving van invloed is op hun keuzes en andersom. 

Verleidingen de baas blijven

  • De kinderen herkennen reclame, commercie en sociale druk.
  • De kinderen maken onderscheid tussen hun eigen wensen en wensen die hun door reclame en anderen zijn ingegeven.
  • De kinderen kunnen inschatten of een bepaalde aanbieding echt een voordeel oplevert. 
  • De kinderen maken een keuze op basis van wat ze nodig hebben en/of van plan zijn te kopen en niet op basis van 'de aanbieding'.

Prijzen en producten vergelijken

  • De kinderen kunnen verschillende producten (varianten van een product) op prijs en kwaliteit vergelijken.
  • De kinderen kunnen zich laten informeren (in winkels en/of op internet) voordat ze een product kopen.
  • De kinderen kunnen de totale werkelijke kosten van een aankoop berekenen, waarbij de aanschafprijs en bijkomende producten en kosten worden meegenomen.

De waarde van geld kennen

  • De kinderen snappen dat de prijs van een product uit verschillende kosten is opgebouwd.
  • De kinderen weten dat je voor een euro over de tijd niet altijd hetzelfde kan blijven kopen.

Inschatten van de financiële gevolgen en risico's van gebeurtenissen en situaties 

  • De kinderen weten dat er voorwaarden bestaan als ze een (online) product of dienst kopen of gebruiken en dat daar financiële consequenties aan verbonden kunnen zijn.
  • De kinderen kunnen nagaan welke financiële consequenties eraan verbonden zijn als iets gratis wordt aangeboden.


Beoordelen van de risico's en rendementen van producten met financiële consequenties

  • De kinderen weten wat de risico's zijn als je geld uitleent.
  • De kinderen begrijpen de consequenties als ze geleend geld niet terugbetalen. 

Sparen

Sparen

  • De kinderen weten waarom het verstandig is om geld achter de hand te hebben.
  • De kinderen kunnen langere tijd geld opzij zetten.
  • De kinderen beseffen wat een bepaalde tijdsduur voor het bereiken van een spaardoel betekent. 

Plannen met geld

  • De kinderen kunnen bij hun huidige uitgaven rekening houden met de grotere uitgaven die ze verwachten te krijgen en/of spaardoelen die ze hebben.

Lenen en schulden

Omgaan met lenen

  • De kinderen kunnen geleend geld terugbetalen.
  • De kinderen weten wat een schuld is.
  • De kinderen kunnen het verschil tussen lenen en schulden benoemen.  
  • De kinderen weten dat er verschillende manieren van lenen zijn.

18 en dan...

Verzekeren

  • De kinderen weten wat een verzekering is en waar voor een verzekering is bedoeld.

 

 

Leerdoelen

15 t/m 17 jaar

Jouw geldzaken

Administratie op orde brengen

  • De jongeren kunnen belangrijke documenten (op papier of digitaal) geheel zelfstandig en op eigen initiatief op een overzichtelijke manier bewaren. 
  • De jongeren kunnen hun saldo controleren.
  • De jongeren kunnen controleren of de transacties kloppen.
  • De jongeren kunnen rekening houden met opzegtermijnen.
  • De jongeren kunnen gebruik maken van de informatie uit hun administratie, bijvoorbeeld voor het aanvragen van een tegemoetkoming, voor het doen van belastingaangifte of een betaling. 

Transacties uitvoeren

  • De jongeren kunnen hun eigen bankzaken beheren.
  • De jongeren kunnen hun rekeningen op tijd betalen. 
  • De jongeren kunnen op een veilige manier internetbankieren. 
  • De jongeren kunnen afwijkingen op hun banksaldo herkennen.
  • De jongeren kunnen de betrouwbaarheid en veiligheid van de website controleren waar ze online een aankoop doen.

Advies en hulp over geldzaken kunnen inschakelen 

  • De jongeren weten bij elke instanties of organisaties je terecht kan als je bepaalde geldvragen hebt.

Je inkomsten

Zelf geld verdienen

  • De jongeren kunnen belasting terugvragen als zij hebben gewerkt.
  • De jongeren weten elke factoren van invloed zijn op de hoogte van een salaris.
  • De jongeren kunnen controleren of ze minimaal het minimumjeugdloon krijgen als ze werken.
  • De jongeren die werken, zijn in staat zich op de hoogte te stellen van wet- en regelgeving omtrent arbeidstijden en de toegestane werkzaamheden.

 

Je uitgaven

Overzicht houden over inkomsten en uitgaven

  • De jongeren kunnen een overzicht maken van hun bezittingen en schulden.
  • De jongeren kunnen uitrekenen hoeveel ze in een bepaalde periode te besteden hebben/kunnen uitgeven.

Keuzes maken

  • De jongeren zijn in staat om bij hun bestedingen rekening te houden met de verplichte uitgaven die ze hebben.
  • De jongeren kunnen hun koopgedrag aanpassen aan het beschikbare budget.
  • De jongeren kunnen hun inkomsten en uitgaven aanpassen aan (geplande en ongeplande) veranderende omstandigheden.

Verleidingen de baas blijven

  • De jongeren kunnen zich weerbaar opstellen tegen reclame, de invloed van anderen (sociale druk) en andere verleidingen.
  • De jongeren weten hoe ze zichzelf in de hand kunnen houden als ze gemakkelijk of impulsief geld uitgeven.
    De jongeren kunnen aanbiedingen doorzien.

Prijzen en producten vergelijken

  • De jongeren zijn in staat om bij het vergelijken van producten en abonnementen rekening te houden met alle kosten (vaste, variabele en bijkomende kosten) die aan het product zijn verbonden.
  • De jongeren zijn in staat om 'de kleine lettertjes' en de voorwaarden te lezen en houden hier rekening mee bij de vergelijk en aankoop van producten.
  • De jongeren zijn in staat om bij hun keuze voor een product of abonnement niet alleen op prijs en kwaliteit te letten, maar ook op de voorwaarden en hun eigen persoonlijke situatie en wensen.

De waarde van geld kennen

  • De jongeren weten wat inflatie is en wat dat impliceert.
  • De jongeren weten met welke vaste lasten je te maken krijgt als je zelfstandig woont.

Inschatten van de financiële gevolgen en risico's van gebeurtenissen en situaties

  • De jongeren weten dat zich gedurende de levensloop veranderingen kunnen voordoen (zoals op jezelf wonen, samenwonen, werkloosheid, de komst van kinderen, scheiding) en dat deze veranderingen invloed kunnen hebben op hun financiële situatie.
  • De jongeren kunnen afgesloten en doorlopende abonnementen en evalueren,  heroverwegen wijzigen of stopzetten. 

Beoordelen van de risico's en rendementen van producten met financiële consequenties

  • De jongeren kunnen verschillende manieren van vermogensopbouw benoemen en weten hoe deze verschillen in risico en opbrengst.
  • De jongeren zijn in staat om de financiële risico's, voorwaarden en kosten op de kortere en langere termijn van een (financieel) product te interpreteren, voordat zij het product afsluiten.
  • De jongeren kunnen een keuze maken tussen sparen, verzekeren en lenen, rekening houdend met hun persoonlijke (financiële) situatie en voorkeuren.
  • De jongeren kennen de (financiële) consequenties van rood staan, kopen op afbetaling, een lening afsluiten en een credit card hebben.

Sparen

Sparen

  • De jongeren kunnen reserveren voor onverwachte kosten of noodzakelijke uitgaven.
  • De jongeren kunnen periodiek geld op zij zetten.

Plannen met geld 

  • De jongeren kunnen doelen stellen op de korte, middellange en langer termijn en kunnen hiermee rekening houden bij hun uitgaven.
  • De jongeren weten wanneer ze meer en minder te besteden hebben ('dure en goedkope maanden') en meer en minder inkomsten ('rijke en arme maanden') hebben en kunnen hiermee rekening houden met hun bestedingen.

Lenen en schulden

Omgaan met lenen

  • De jongeren weten dat je alleen moet lenen als je weet dat je binnen de afgesproken termijn het geleende bedrag en de rente kan terugbetalen.
    De jongeren kennen de verschillende manieren van lenen en de bijbehorende verschillen en overeenkomsten.
  • De jongeren zijn in staat om de alternatieven voor lenen mee te nemen in hun overweging, voordat ze er toe besluiten te gaan lenen.
    De jongeren kunnen verschillende vormen van schulden benoemen.

18 en dan...

Verzekeren

  • De jongeren weten hoe een verzekering werkt.
  • De jongeren kunnen verschillende vormen van verzekeringen benoemen.
  • De jongeren weten of een bepaalde verzekering in hun situatie verplicht, noodzakelijk, wenselijk of optioneel is.
  • De jongeren kunnen op basis van de persoonlijke situatie en voorkeuren beslissen om een bepaalde optionele verzekering wel of niet af te sluiten.

Kennis hebben van financiële begrippen en onderwerpen

  • De jongeren weten welke financiële verantwoordelijkheden en verplichtingen je hebt als je 18 jaar bent.
  • De jongeren zijn op de hoogte van het studiefinancieringssysteem in Nederland.
  • De jongeren weten met welke wet- en regelgeving (tegemoetkomingen, uitkeringen, verzekeringen) je te maken kunt krijgen als je 18 jaar bent.